De geschiedenis van de rijsttafel

In koloniale tijd lieten de Nederlandse gouverneurs en rijke handelslui uit Nederland veel gerechten tegelijk serveren uit alle windstreken van het toenmalige Oost-Indië. Dat waren de gerechten, die men beschouwde als de lekkerste. Op den duur dacht men dat dat authentiek was. Dat gebruik kostte overigens wel flink wat geld aan personeel. Het gebruik, verspreidde zich op den duur naar Europa. Zo kwamen er onder invloed van de Chinese immigranten gerechten bij zoals nasi goreng, die niet origineel uit de Indonesische keuken komen. De rijsttafel als zodanig is in Indonesië zelf bij de bevolking onbekend.

Babi ketjap

Ingrediënten:
- 500 gram hamlappen of fricandeau
- 5 eetlepels ketjap manis
- halve prei in smalle repen gesneden
- 1 zeer fijn gesnipperde ui
- 3 teentjes geperste knoflook
- 1 eetlepel djahe
- 1 theelepel ketoembar
- 1 theelepel djinten
- 1 theelepel zwarte peper
- 2 eetlepels azijn
- 6 eetlepels slaolie
- 2 theelepels sambal
- 1 flinke mespunt vetsin
- 1-2 eetlepels witte basterdsuiker
- 2 dl. water
- zout

Bereidingswijze: Doe de ketjap in een grote kom met de prei, ui, knoflook, djahe, ketoembar, djinten, azijn en 2 eetlepels olie en meng het.
Snijd het vlees in kleine blokjes en doe het in de marinade. Even goed doorroeren en enkele uren afgedekt in laten trekken.
Verwarm de rest van de olie. Schep het vlees uit de marinade. Laat die uitlekken en bak het op hoog vuur. Voeg daarbij af en toe wat van de marinade om te voorkomen dat de snippers prei en ui te donker worden.
Roer de sambal, vetsin en suiker door het vlees. Schenk de rest van de marinade en het water erbij en laat het vlees nog ongeveer 20 minuten sudderen. Naar smaak eventueel nog extra sambal, suiker en zout toevoegen. Het geheel een beetje binden zodat de saus wat aandikt. Serveren met rijst en atjar.